Poster ontwikkelingsvoorsprong.

Om aandacht te vragen voor vroegsignalering heeft stichting 360 grView een poster ontworpen.

De poster mag gratis verspreid en geprint worden.

Klik met de muis op de poster om deze te vergroten, daarna kan deze via het menu geprint worden.
Afbeelding poster OV

 

Gesprek met Sander Dekker over vroegsignaleren

Sander dekker 20140328Als afsluiter van de week van het passend onderwijs heeft het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren) op 28 maart jl. een bijeenkomst georganiseerd met o.a. Staatssecretaris Sander Dekker, op het Coornhert Gymnasium in Gouda.

Lilian van der Poel sprak daar na afloop van de bijeenkomst namens Stichting 360grView uitgebreid met Sander Dekker over het vroegsignaleren. Ze bood hem daarbij de brochure aan die gemaakt is door het NCJ i.s.m. de Stichting 360grView en wees hem op de nieuwe website van de stichting: http://ontwikkelingsvoorsprong.info.

De brochure is gemaakt om consultatiebureaumedewerkers en -artsen te ondersteunen bij het vroeg signaleren van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Sander Dekker reageerde zeer verrast en enthousiast op de brochure en de ontwikkelde site: ‚Dit is razend interessant allemaal!’ aldus de Staatssecretaris.

Door vroeg te signaleren krijgen ouders meer handvatten om de opvoeding aan te passen bij de behoeftes van hun kind, en hoeven scholen niet meer zo lang te tobben voordat duidelijk is wat er met een kind aan de hand is als het een ontwikkelingsvoorsprong heeft. Dat levert aan twee kanten winst op: het onderwijs kan direct aan de slag met werkelijk passend onderwijs en het onderwijs verliest geen kostbare tijd met het zoeken naar de oplossing van een probleem dat geen probleem hoeft te zijn. Dat daarvoor samenwerking nodig is tussen OCW en VWS wordt inmiddels ook steeds duidelijker.

Ook op het inmiddels lopende onderzoek naar signalen voor een ontwikkelingsvoorsprong die bij jonge kinderen te zien zijn (TNO, NCJ en Stichting 360grView) reageerde de Staatssecretaris enthousiast. ‚Als je de signalen helder hebt  kun je de kinderen natuurlijk veel eerder herkennen!’  Door het gesprek met de Staatssecretaris hoopt de stichting opnieuw een stap gezet te hebben op de ingeslagen weg en het belang van vroegsignaleren goed onder de aandacht te hebben gebracht.

 

Plan van aanpak toptalenten 2014-2018

logo 360grviewStaatssecretaris Dekker (OCW) presenteert vandaag 10 maart 2014 een plan van aanpak met ruim 20 maatregelen om toptalenten in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs te stimuleren.

De bestuursleden van stichting 360grView namen in 2012 zitting in de expertgroep Excellentie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze expertgroep had tot doel de staatssecretaris van onderwijs te adviseren ten aanzien van zijn beleid ter stimulering van excellente leerlingen. De bestuursleden van stichting 360grView waren verantwoordelijk voor het onderdeel Signaleren.

Stichting 360grView is ook na deze zittingen doorgegaan met het informeren van de staatssecretaris over het onderwerp vroegsignalering ontwikkelingsvoorsprong.

De stichting en alle professionals die op vrijwillige basis hebben geholpen om vroegsignalering van hoogbegaafdheid op de kaart te zetten zijn erg blij dat Staatssecretaris Sander Dekker in zijn Plan van aanpak toptalenten 2014-2018 het advies van de stichting over vroegsignaleren heeft meegenomen:

“Veel experts benadrukken dat het belangrijk is om een ontwikkelingsvoorsprong bij kinderen vroegtijdig te signaleren. Zo kan onderpresteren het beste worden voorkomen”

Klik op de afbeelding om het ‘Plan van aanpak toptalenten 2014-2018’ te lezen.

Plan van aanpak toptalenten

 

Overleg Toptalent in het funderend onderwijs

Algemeen Overleg Commissie Onderwijs Tweede Kamer 

Vrijwel alle leden van de commissie Onderwijs van de Tweede Kamer zijn ervan doordrongen dat gedifferentieerd onderwijs een voorwaarde is voor het ontwikkelen van talent.

Lilian Van der Poel en Véronique Schutgens van stichting 360grView bezochten op 23 januari j.l. het Algemeen Overleg van deze commissie en constateerden na afloop, dat er strake is van een omslag. Erkenning van hoogbegaafdheid is een feit. Zij hoorden hoe gesteld werd dat passend onderwijs voor hoogbegaafden een noodzaak is. Kinderen worden er blij van als je ze stimuleert, en ook hoogbegaafden verdienen het, dat ze op school iets leren.

De commissie stelde vast dat Wet en regelgeving aangepast moeten worden, om getalenteerde leerlingen niet langer te hinderen. Geconcludeerd werd dat differentiatie de basis moet zijn van ons onderwijs. Niet alleen cognitief talent verdient aandacht, ook praktisch talent moet waardering krijgen. De leerkrachten werden daarbij niet vergeten: we moeten leerkrachten helpen om de complexe vaardigheden te gaan beheersen, die nodig zijn om een veelsoortige klas te managen. Het wordt zo niet drukker voor de leerkracht, wel anders – meer op het kind gericht. Het zijn de conclusies van een overleg waarvan u hier de uitgewerkte aantekeningen vindt.

Lees hier de aantekeningen.

Veronique Schutgens

Plannen Staatssecretaris Sander Dekker met betrekking tot onderwijs aan toptalenten.

logo 360grviewOnderstaande brief is op 23 september gezonden aan de fractievoorzitters en leden van de vaste commissies OCW en VWS.

‘Beginnen bij het begin’

Gouda, 23 september 2013,

Wij, Stichting 360grView, zijn zeer verheugd over de stappen die Staatssecretaris Sander Dekker heeft aangekondigd met betrekking tot onderwijs aan toptalenten in de brief aan de Kamer. De ideeën die de Staatssecretaris aandraagt zullen in grote lijnen zeker bijdragen aan beter onderwijs aan de groep hoogbegaafde kinderen die tot nu toe in het onderwijs nauwelijks aan bod is gekomen.

We hebben echter wel een aantal kanttekeningen waar we u van op de hoogte willen stellen. Zo beginnen de investeringen in het onderwijs die de  Staatssecretaris nu voorstaat pas in het Voortgezet Onderwijs. Ons inziens is dit rijkelijk laat: kinderen worden immers niet pas hoogbegaafd als ze in het Voortgezet Onderwijs zitten, ook niet als ze op de basisschool zitten: ze worden zo geboren, het is een wezenskenmerk.

Daarom willen wij ook bij u nogmaals de aandacht vestigen op de risico’s van het alleen inzetten op het VO. Een relatief grote groep van de hoogbegaafde kinderen – de kinderen die bij uitstek het denktalent van Nederland kunnen worden- zal hiermee alsnog uitvallen. Dus moeten we beginnen bij het begin: signaleren vanaf het moment dat de kinderen geboren zijn, met alle mensen die om het kind heen staan: ouders, consultatiebureaus, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen etc.

We roepen de Staatssecretaris èn u als Kamerleden op u in te zetten voor samenwerking op dit onderwerp tussen de ministeries van VWS en OCW. Met een dergelijke samenwerking willen we voorzien in een systeem waarin het kind centraal komt te staan. Door van alle kanten en vanuit allerlei perspectieven naar het kind te kijken wordt voorkomen dat er ergens een breuk komt in het beeld dat van het kind ontstaat.

Winst?

Door de signalering van het kind al op het consultatiebureau te laten plaatsvinden vermindert de kans op onderpresteren, vastlopen en uiteindelijk op definitieve uitval uit het onderwijs. Scholen starten niet meer op een nulpunt met het kind, maar met een beeld van de schoolse vaardigheden van het kind. Een warme overdracht van de kinderopvang en/of consultatiebureau is hierbij noodzakelijk. Leerkrachten kunnen hiermee alle kinderen op hun eigen niveau helpen het beste uit zichzelf te halen, en komen hiermee weer toe aan hun core business: lesgeven.  Dat kan alleen als eventuele problemen in een eerder stadium in beeld zijn gekomen.

Nu krijgen veel hoogbegaafde kinderen door omgevingsfactoren psychische problemen en worden ze in eerste instantie gediagnosticeerd vanuit de DSM V. Gevolg is dat ze verdwijnen in de jeugdpsychiatrie. Hierdoor krijgen ze niet de benadering en het onderwijs dat ze nodig hebben, raken steeds verder weg van wie ze eigenlijk zijn en kunnen niet bijdragen aan de maatschappij. Met het verdwijnen in de zorg kosten deze kinderen uiteindelijk een vermogen en we verliezen als maatschappij waardevolle mensen.

Door ze tijdig en continu te signaleren komt er minder druk op de kosten van de (jeugd)gezondheidszorg (volgens Berekening Maatschappelijke Kosten/Baten JGZ 11% minder). Daarnaast zal het een positief effect hebben op de wachtlijsten en de maatschappelijke discussie rondom DSM-V diagnoses.

Met het systeem van vroegsignaleren zal er voor alle groepen een gelijkwaardige aanpak komen – voor achterstand-, gemiddeld presterende en voorsprongkinderen – in onderwijs en maatschappij. Niemand wordt tekort gedaan. Pas als je door vroegsignalering het werkelijke talent in de maatschappij gaat (h)erkennen en helpen zich te ontwikkelen op welk gebied dan ook zal het totale onderwijs verbeteren. Vroegsignalering is het logische antwoord op de vraag hoe je talenten in kaart brengt en is het beginpunt om kinderen een optimale ontwikkeling te bieden. Dit is een cruciaal punt waarover discussie gevoerd zou moeten worden wil je werkelijke verbetering bewerkstelligen in het onderwijs.

Hoe kunnen we dit bereiken?

Gedurende de schoolloopbaan via een 360 graden view de ontwikkeling van het kind continu in beeld brengen bij of door alle betrokkenen levert op dat het kind op individueel niveau kan blijven groeien. De intrinsieke motivatie van het kind is leidend in dit proces. Zoals de Staatssecretaris in zijn plannen heeft staan zou dit ondersteund worden door externe beloningen. Uit langdurig onderzoek vanuit verschillende vakgebieden is gebleken dat juist externe beloning denkprocessen afremt en het averechts werkt op het oplossend, innovatieve vermogen van het kind. Juist dat oplossend vermogen is zo kenmerkend voor al onze toptalenten en juist het oplossend vermogen zullen we de komende jaren in Nederland hard nodig hebben, willen we mondiaal onze innoverende concurrentiepositie houden/terugwinnen. Daar is een cultuur voor nodig waarin je met je kop boven het maaiveld uit MAG steken. Ook hierin kan de politiek het nodige betekenen.

Wat moet daarvoor gebeuren?

  1. Samenwerking tussen OCW en VWS om de broodnodige aansluiting te maken die nodig is om ervoor te zorgen dat er een meer eenduidig beeld komt van de kinderen
  2. Zoals het woord ‘talent’ nu wordt geïnterpreteerd roept vragen op. Willen we ‘talent’ beter op gaan leiden dan is het noodzakelijk om een heldere definitie van het woord te hanteren.
  3. Om helder te hebben over welke talenten we het hebben is het noodzakelijk ook de verschillende soorten ‘talenten’ nader te omschrijven
  4. Verder zijn concrete inhoudelijke aandachtspunten voor VO en PO:

– kennis delen zodat niet steeds opnieuw het wiel uitgevonden hoeft te worden; inzetten van bestaande bronnen (hoogbegaafdenscholen, experts etc.)

– aansturen op niveauonderwijs

– de continue signalering van de ontwikkeling kind is leidraad voor de keuze VO; afhankelijkheid van momentopnames zoals CITO vervalt hiermee

– mogelijkheid op verschillende deelniveaus te werken (bijvoorbeeld HAVO wiskunde, VMBO taal)

– mogelijkheid vervroegd eindexamen te doen

– mogelijkheid gemengd PO en VO te volgen

– loslaten puntensysteem; daarvoor in de plaats intrinsieke motivatie aanspreken (Carol Dweck)

– investeren in Leren leren

– expertise in Nederland bundelen

– doorlopende leerlijn PO en VO waarborgen

– voorschools inzetten op zwak, gemiddeld en sterk

– kinderen al jong de kans geven een bijdrage te leveren aan de maatschappij

– aandacht voor de leerstijl van een kind

Pas als we deze stappen zetten zullen we in staat blijken om samen met de kinderen en het onderwijs de motivatie om te excelleren te verhogen en te behouden. Op deze manier kan het kind zijn potentie ten volle inzetten en kan het onderwijs het kind daarbij ondersteuning bieden die nodig is. Zo kan het kind volledig tot bloei komen en uit gaan blinken. Samengevat betekent dit dat als je vroeger gaat signaleren IEDER kind meer kansen krijgt. Uiteindelijk trek je de hele samenleving naar een hoger niveau.

Hierbij een link die onze zienswijze ondersteunt: Bèta’s kweek je op crèche – of zoals neuropsycholoog/universiteitshoogleraar VU Amsterdam Jelle Jolles zegt: ‘Stimulatie nieuwsgierigheid en exploratie in de peutertijd is de basis voor intellectuele vaardigheden en talent.’ Zie http://ow.ly/ovYYm

Studie: Investeren in opvoeden en opgroeien loont! Kosteneffectiviteit van de preventie van  pedagogische, psychosociale en psychosomatische problematiek door de jeugdgezondheidszorg. Zie http://jgz.captise.nl/Portals/0/PDF/investeren_in_opvoeden_en_opgroeien_loont_092013.pdf.pdf 

Hoogachtend,

Dorien Kok

Voorzitter

360grView in Gifted@248 magazine nr. 1

Deze maand verscheen het eerste nummer van het magazine gifted@248 over (hoog)begaafde kinderen. Het artikel van Stichting 360grView over vroegsignalering is te vinden op bladzijde 46. Lezen dus!

Op 20 september overhandigden 4 kinderen van hoogbegaafdenschool De Vuurvogel het eerste exemplaar aan Marion Suijker, wethouder Jeugd en onderwijs in de Gemeente Gouda.

Namens stichting 360grView waren Lilian van der Poel en Dorien Kok aanwezig.

We zijn zeer verhoogd dat de wethouder onze visie over vroegsignalering onderstreepte bij de overhandiging.

Stichting 360grView complimenteert uitgever 248media met het mooie en broodnodige magazine gifted@248.  Fijn dat er aandacht is voor hoogbegaafde kinderen!

Wethouder Marion Suijker en de 4 kinderen die meegeholpen hebben bij de totstandkoming van het 1e magazine.

Wethouder Marion Suijker en de 4 kinderen die meegeholpen hebben bij de totstandkoming van het 1e magazine.

Inderdaad, 360grView staat op bladzijde 46!

Inderdaad, stichting 360grView staat op bladzijde 46!

Wilt u dit nummer bestellen? Kijk daarvoor hier.

Reactie op opiniestuk staatssecretaris Sander Dekker in Volkskrant – 2 september 2013

logo 360grviewBeginnen bij het begin.

“Ieder kind het beste uit zichzelf laten halen. Dat is de kern van het onderwijs. Helaas slagen we daar in Nederland maar ten dele in.” Ware woorden van de staatssecretaris van Onderwijs in zijn opiniestuk ‘Onderwijs moet grote talenten meer uitdagen’ in de Volkskrant van 2 september.

Als stichting 360grView hebben we de staatssecretaris eerder onze zorgen op dit gebied laten horen. Voor wie de stichting nog niet kent: 360grView is een samenwerkingsverband dat in 2012 ontstaan is uit de expertgroep Excellentie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze expertgroep heeft tot doel de staatssecretaris van onderwijs te adviseren ten aanzien van zijn beleid ter stimulering van excellente leerlingen. Vanuit de deelwerkgroep Signaleren hebben Dorien Kok, Lilian van der Poel, Nienke Ryan en Veronique Schutgens besloten samen verder te gaan met het op de kaart zetten van het zien (signaleren) van de mogelijkheden en aandachtspunten van kinderen. Op dit moment ligt de focus op (potentieel) hoogbegaafde kinderen.

Wij als stichting zijn blij met deze uitspraak van de staatssecretaris. Wij zijn van mening dat toptalenten of anders gezegd: ‘kinderen met potentie’ net zo veel aandacht en uitdaging verdienen als kinderen die moeite hebben om mee te komen. Deze aandacht en uitdaging moet er voor ieder kind zijn.

Met de nieuwe plannen wordt een grote stap gezet waardoor onderwijs en kind samen het vuurtje van motivatie in het kind kunnen aanwakkeren en gaande houden. Het kind kan op deze manier zijn potentie optimaal aanspreken. Het onderwijs op haar beurt kan het kind daarbij passend ondersteunen, zodat het kind volledig tot bloei komt en kan excelleren.

Het is duidelijk dat het realiseren van dit alles tijd en inzet vergt. Het zullen zowel de professionele begeleiders, als de ouders, als het onderwijs zijn die hierin moeten gaan samenwerken. De professionele begeleiders door al vroeg te signaleren dat er sprake is van versnelde ontwikkeling op diverse gebieden en door ouders op tijd te informeren hierover. De ouders door zich te verdiepen in te verwachten problematiek rondom bovengemiddelde cognitieve begaafdheid. Het onderwijs door zich op het eigen gebied te informeren over mogelijkheden om deze kinderen uit te dagen.

Gaan we veel eerder signaleren, dan wordt een snelle ontwikkeling bij het kind al vroeg herkend en kunnen we hierop anticiperen. Onderpresteren, vastlopen en (permanente) uitval uit het onderwijs krijgen veel minder kans om te ontwikkelen en het kind tegen te houden in zijn groei. Als dit het effect gaat zijn van het ingezette beleid van de staatssecretaris kunnen we het niet anders dan deze ontwikkeling toejuichen.

Dit betekent wel dat al voor de start van de onderwijscarrière van het kind in kaart gebracht moet zijn wat de behoeftes van het kind zijn. Pas als dat het geval is kan onderwijs aansluiten aan de onderwijs-, ondersteunings- en aanpakbehoeftes van het kind. Zo krijgt de kind de stimulans zichzelf optimaal te ontwikkelen en dus te gaan excelleren. De term passend onderwijs krijgt hiermee pas echt lading voor deze groep kinderen.

Op welke manier is dit te realiseren? En wat is de winst? Het is al even genoemd: door onderwijzend personeel te leren signaleren om welke kinderen het gaat. Door hen gebruiksvriendelijke ondersteunende instrumenten hiervoor te bieden. En door hen op te leiden om deze groep kinderen uit te dagen. Door ervoor te zorgen dat de professionals om het kind heen (consultatiebureaus, huisartsen, jeugdzorg, kinderopvang, peuterspeelzalen etc.) signalen leren opvangen en weten om te zetten in handelen. Samen met de ouders een 360 graden view over het kind realiseren. En daarbij de ouders en andere betrokkenen te voorzien van informatie en handvatten bij de begeleiding van de kinderen. Een integrale aanpak en onderlinge samenwerking is daarom noodzakelijk. Stichting 360grView werkt hiervoor al samen met het NCJ, om oa bewustwording op consultatiebureaus te bevorderen ten aanzien van van kinderen waarbij de ontwikkeling versneld verloopt. Ook is de stichting via werkgroepen bezig voor slimme peuters.

Wat is de winst? Door deze integrale aanpak is er bij leerkrachten minder vaak sprake van handelingsverlegenheid en dus minder uitstroom naar Speciaal Onderwijs of aanspraak op zorgverlening. Bovendien kan op deze manier binnen 2 jaar het onderpresteren en uitval in het basisonderwijs met de helft worden teruggedrongen. En dit zie je weer terug in het Voortgezet Onderwijs: minder uitval, gemotiveerdere leerlingen en dus betere prestaties, precies wat de Staatssecretaris voorstaat.

Het Innovatieplatform zegt vanuit het ‘Leren excelleren’: Samen met het onderwijsveld en met beleidsmakers (willen we) een impuls geven aan een meer op individuele talentontwikkeling en excellentiegerichte onderwijsfilosofie. ‘We kunnen ons niet veroorloven dat in Nederland een snipper talent verloren gaat’. Tel daar een rol voor de ouders en de gezondheidszorg bij op dan is dit scenario mogelijk. Daarom moeten we beginnen bij het begin: het jonge kind.

Een aantal kernvragen blijft staan: Hoe bepaal je excellentie en talent en hoe gaan we dit in de praktijk invullen? En moeten we opnieuw wielen gaan uitvinden of zijn er, misschien met omdenken, eigenlijk al oplossingen voorhanden?

Lees hier meer over vroegsignalering vanuit 360 graden view.

Lees hier meer over slimme peuters vanuit 360 graden view.

Kamerbrief over toptalent in het funderend onderwijs

Kind in ontwikkeling, door Dorien Kok

 

Sander DekkerIn deze brief Ruim baan voor toptalent van 2 september zet staatssecretaris Sander Dekker zijn visie uiteen op het stimuleren van toptalent in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Hij agendeert daarbij verschillende denkrichtingen en ideeën die hij de komende periode samen met leerlingen, ouders, leraren, schoolleiders, bestuurders en het bedrijfsleven wil toetsen en verder wil uitwerken. De staatssecretaris wil deze partijen en de Tweede Kamer ook nadrukkelijk uitnodigen om hierover het debat aan te gaan en een inbreng te leveren. Zijn streven is voor 1 maart 2014 een plan van aanpak uit te brengen waarin hij de nader uitgewerkte maatregelen presenteert.

“Kamerbrief over toptalent in het funderend onderwijs” PDF document

 

 

 

View original post

‘Bèta’s kweek je op crèche’

PeuterNog voordat kinderen naar de kleuterschool gaan, moeten ze leren denken als bèta’s. Dat stelt de Amerikaanse onderwijsexpert Milton Chen in een interview met New Scientist – of zoals university professor neuropsychologie Jelle Jolles zegt: ‘Stimulatie nieuwsgierigheid en exploratie in de peutertijd is de basis voor intellectuele vaardigheden en talent.’

Chens oproep valt samen met het plan van de gemeente Amsterdam om kinderen al vanaf 2,5 jaar naar school te sturen. Kinderen moeten op de crèche meer worden uitgedaagd, aldus Chen. Hij pleit voor voorschools onderwijs, waarbij kinderen de wereld om hun heen leren verkennen als een bèta.

Volgens Chen kan deze aanpak op de lange termijn het tekort aan bèta’s bij Nederlandse bedrijven terugdringen. Chen stelt dat peuters alles in huis hebben om zich in de toekomst tot een echte bèta te ontwikkelen. ‘De eerste stap in de ontwikkeling van bèta-talent is exploratie’, zegt hij. ‘Kinderen willen met al hun zintuigen de wereld verkennen en proberen te begrijpen. Cultiveer die nieuwsgierigheid!’

Volgens Chen kun je daar maar beter vroeg bij zijn. ‘De invloed van voorschools onderwijs is al vele malen onderzocht een aangetoond. James Heckman, Nobelprijswinnaar in de economie, toonde aan dat elke dollar die de overheid in voorschools onderwijs investeert, 2 tot 4 dollar aan latere inkomsten oplevert.’

Het aansporen van bèta-denken moet volgens Chen niet alleen binnen de muren van de crèche gebeuren, maar ook thuis. Hij stelt dat ouders het nog te weinig als hun taak zien om hun kinderen intellectueel op te voeden. Chen: ‘Ze geven hun kinderen eten, kleding en een dak boven hun hoofd. Maar tegenwoordig moet je voor betere toekomstperspectieven ook de nieuwsgierigheid van je kind aanmoedigen.’

Chen is verbonden aan de George Lucas Educational Foundation, waarvan hij twaalf jaar directeur was. De stichting is opgericht door filmmaker George Lucas, bekend van films als Star Wars en Indiana Jones. Als eerbetoon voor zijn onderwijsverdiensten kende Lucas aan Chen de eretitel Jedi Master toe.

Het volledige interview met Chen verschijnt in het september-nummer van de Nederlandstalige New Scientist, dat vanaf vandaag verkrijgbaar is.

Passend onderwijs: verantwoording overheid

logo-360gr-view1.pngGeachte leden van de vaste commissie OCW en VWS,

Naar aanleiding van het artikel van 27 juni in het Haarlems Dagblad hebben wij gemeend u deze brief te moeten schrijven. Het artikel begint met de volgende kop:

Klassen voor hoogbegaafden Hageveld dankzij privé-geld

Het artikel laat een schokkend beeld zien van hoe het er wat betreft passend onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen voor staat in Nederland. Als je kind hoogbegaafd is en andere leerbehoeftes heeft, dan ben je voor passend onderwijs afhankelijk van een donatie van een anonieme schenker. Het ondersteunt de werkelijkheid die betrekking heeft op de scholen die in de afgelopen 6 jaar energie hebben gestoken in het vormen van onderwijs voor hoogbegaafde kinderen en die de nodig expertise hebben. Ook deze scholen worden financieel niet voldoende ondersteund door de overheid en zijn in hun bestaan afhankelijk van ofwel donaties, ofwel sponsoring, ofwel hoge ouderbijdrages. En dat terwijl de overheid zich heeft gecommitteerd aan het bieden van een doorlopende leerlijn voor alle kinderen in het basisonderwijs. Hier komt bij dat met de wet Passend Onderwijs die vanaf augustus 2014 van kracht wordt de scholen in Nederland verplicht zijn passend onderwijs te bieden aan alle leerlingen (dus inclusief de hoogbegaafde leerlingen).

Geschiedenis

Om een goed beeld te krijgen van de geschiedenis van het hoogbegaafdenonderwijs (hoe kort die ook moge zijn) hieronder het volgende. Bij de start van de eerste hoogbegaafden onderwijs school in Nederland (2007) waren de doelstellingen helder: realiseren van passend onderwijs voor deze kwetsbare groep kinderen. Vanuit een onderwijsachtergrond met veel kennis en veel ervaring was het Jan Hendrickx die als eerste een vorm van hoogbegaafdenonderwijs in het leven riep. Om helder te krijgen over welke groep kinderen het hier gaat een korte schets: Over welke kinderen hebben we het?

Het gaat over de groep kinderen kinderen die zich wat betreft IQ net zo ver van het gemiddelde van hun klas bevindt (IQ 130+) als kinderen die aangewezen zijn op ZML onderwijs (IQ 70-). Het percentage van kinderen met een IQ hoger dan 130 en een IQ lager dan 70 is nagenoeg gelijk. Voor de ene groep kinderen vinden we de zorg vanuit de overheid op allerlei fronten niet meer dan normaal, erkennen we als een kwetsbare groep, de andere groep (met het IQ hoger dan 130) heeft in het Nederlandse onderwijssysteem nog nooit aangeboden, en wordt ook niet erkend als kwetsbare groep. Alleen al vanwege het beperkte aantal kinderen is deze groep wel degelijk kwetsbaar. Daarbij komt dat vanwege een gebrek aan stof die aanzet tot het leren van vaardigheden die kinderen later (en niet alleen in het onderwijs) nodig hebben, ze ook daar kwetsbaar blijken te zijn. Op basis van bovenstaande feiten lijkt het dus niet meer dan logisch dat de overheid zich net zo goed ontfermt over deze groep kinderen.

Passend onderwijs

In de persoon van Jan Hendrickx is deze groep kinderen ongeveer 6 jaar geleden opgepakt. Zijn enorme kennis en ervaring in combinatie tot het grote engagement met deze groep kinderen heeft geleid tot de oprichting van de eerste hoogbegaafdenscholen in Nederland, de zogenaamde Leonardoscholen. Om een helder beeld te krijgen van de doelstellingen van 6 jaar terug zetten we ze even op een rij:

* Doelstellingen en realisatie Leonardoproject in 2007
1. Het bieden van uitdagend onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen zodat zij zich zonder belemmeringen en in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen.

Realisatie wordt bewerkstelligd door binnen vijf jaar een landelijk netwerk van ca. 120 Leonardoscholen (4 – 12 jaar) en 60 tot 80 Leonardo colleges (12 – 18 jaar) operationeel te hebben.

2. Het bewerkstelligen van een betere samenwerking en afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven.

Realisatie o.a. door:
· gastlessen
· bedrijfsbezoeken
· stimuleren ondernemerschap (hiervoor wil de Rabobank een partnership met onze stichting aangaan)
· stimuleren onderzoekende en innovatieve houding
· afstemming en uitwisseling leerprogramma’s (zoals de leergang Metrologie van het NMi die onderdeel wordt van het Science programma)
· stageplekken voor het uitvoeren van onderzoeksopdrachten
· leerstoelen
· mentorship
· facilitering middels geld, materialen, onderwijsprogramma’s

3. Het versterken van de concurrentiekracht van het universitaire onderwijs, met name naar het model van de Angelsaksische landen.

Realisatie o.a. door:
· instroom van Leonardo leerlingen met een veel hoger denk- en leerniveau en een onderzoekende en innovatieve werkhouding
· versterken van de samenwerking met het bedrijfsleven door het in elkaar laten overstromen van wetenschappelijk onderzoek en onderzoek in opdracht van bedrijven
· opbouwen van een levenslange band met de studenten, waardoor later gebruik gemaakt kan worden van het old boys network
· versterken van de financiële positie door effecten van de hiervoor genoemde aandachtspunten

4. Het versterken van de Nederlandse kenniseconomie.

Realisatie o.a. door:
· het optimaal benutten van de hoogwaardige potentiële kennis die in de persoon van ca. 65.000 hoogbegaafde jongeren tussen 4 en 18 jaar aanwezig is, maar door een falend onderwijssysteem onvoldoende of niet tot zijn recht komt
· meer samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, zowel inhoudelijk als facilitair
· omslag in het maatschappelijk denken over talent, afscheid van de zesjescultuur

Economisch belang

Op het moment dat we kinderen het onderwijs aan gaan bieden dat leidt tot een optimale ontwikkeling, is de kans dat deze kinderen economisch actief zullen worden veel groter dan wanneer we deze kinderen niet die kans bieden. Kinderen die al jong leren hoe ze moeten leren, hoe ze moeten samenwerken, en waar hun sterke kanten liggen zullen een grotere bijdrage kunnen leveren aan het economisch welzijn van de staat, en dus van iedereen. Met name voor deze kinderen geldt dat de economische bijdrage groter kan zijn dan bij een gemiddeld kind (voor wat de uitdrukking waard is), juist vanwege het grote denkpotentieel en vanwege de enorme creativiteit van geest. Hiermee kan juist deze groep kinderen een grote bijdrage leveren aan de Kenniseconomie, iets waar de overheid met recht trots op is en zuinig mee om wil gaan. Er is één maar: dan moeten we van jong af aan dat potentieel wel ondersteunen.

Waar staan we nu?

Het opstarten van het hoogbegaafdenonderwijs en allerlei vormen die het heeft aangenomen heeft ons het volgende gebracht: op de eerste plaats veel inzicht in het onderwijssysteem, in wat wel en niet mogelijk is en in de houding van de politiek ten aanzien van deze groep. Op de tweede plaats een schat aan kennis op het gebied van onderwijs aan hoogbegaafde kinderen. En op de derde plaats: op veel plaatsen financiële problemen waardoor het onderwijs voor hoogbegaafde kinderen weer wegvalt, en daarmee een hoop opgedane kennis en kunde. Dat wat betreft de kant van de scholen: het oorspronkelijke plan was om de Leonardoscholen te borgen binnen een samenwerkingsverband, en de financiering deels te bekostigen vanuit de reguliere financiering voor de scholen, deels vanuit het samenwerkingsverband. Hiermee zouden de kosten gedragen worden door meerdere scholen en bijvoorbeeld gefinancierd kunnen worden vanuit de Prestatiebox (die nu ingezet wordt voor allerhande zaken). De lasten blijven voor alle scholen niet alleen dragelijk, maar ook het onderwijs blijft in deze constructie toegankelijk voor alle kinderen.

De realiteit is als volgt: er zijn in de praktijk maar weinig schoolbesturen die de extra lasten van hoogbegaafdenonderwijs met zich meebrengt zelfstandig kunnen dragen. Dit ondanks het feit dat de ambitie groot was. Vanwege een gebrek aan samenwerking en vanwege gebrek aan structurele financiering van de overheid hebben de besturen niet voldoende financiële middelen om deze (duurdere) vorm van onderwijs blijvend te kunnen handhaven.

Ouders èn kinderen opnieuw belast

Het gevolg is nu dat vanwege de hoge kosten die bij ouders komen te liggen ouders hun hoogbegaafde kinderen niet naar een school kunnen laten gaan die passend onderwijs biedt. Neem daarbij in ogenschouw dat ouders vaak niet één maar meer hoogbegaafde kinderen hebben. Facturen tot 2500 Euro per jaar per kind zijn de basis waarop de scholen draaiende kunnen blijven. Overigens een bedrag dat voor ouders voelt als een verplichting en vaak ook zo wordt gepresenteerd: ‘de vrijwillige bijdrage is vrijwillig, maar betaal je hem niet, dan moeten we sluiten…’ Gevolg hiervan is dat ouders vanuit financiële overwegingen noodgedwongen moeten besluiten hun kind(eren) terug te plaatsen in het niet-passende reguliere onderwijs en besturen die besluiten de hoogbegaafdenschool/afdeling te sluiten, met voor de kinderen hetzelfde resultaat.

Doordat de overheid tot nu toe een zeer terughoudende rol speelt in het beleid ten aanzien van passend onderwijs aan hoogbegaafde kinderen, komen veel kinderen knel te zitten. Deze kinderen komen terecht in allerlei hulpverleningsprogramma’s en drukken daarmee zwaar op de kosten van de zorg. En langdurig: zolang de oorzaak van de malaise niet wordt weggenomen kun je zorg blijven leveren tot in lengte van dagen. Dat daarmee deze kinderen al in een vroeg stadium in hun leven op een zijspoor komen te staan is evident. Dit trekt zich vaak door tot op latere leeftijd, waardoor de economische productiviteit te weinig is voor het potentieel dat ze hebben. Dit zijn zaken die de overheid zich aan zou moeten trekken.

Daarnaast heeft zich een self fulfilling prophecy voltrokken: de angst dat hoogbegaafdenscholen elitescholen zouden worden is bewaarheid. Doordat de ouderlijke bijdrages schrikbarende vormen aannemen is het onderwijs niet langer toegankelijk voor iedereen.

Bestaansrecht

Daar waar de scholen met de financiële middelen van de ouders blijven bestaan is de boodschap duidelijk: positieve opbrengsten tot nu toe is dat de kinderen gelukkig zijn met deze vorm van passend onderwijs. En gelukkig zijn ligt aan de basis van prestatie. Doordat nog steeds ouders zich melden bij de hoogbegaafdenscholen –ondanks de hoge kosten, ondanks de onzekerheid over het voortbestaan- blijkt dat het hoogbegaafdenonderwijs voorziet in een behoefte. De reguliere basisscholen –een enkele daargelaten- blijken niet in staat te zijn om deze vorm van onderwijs, bij alles wat al verplicht is, te kunnen vormgeven. De hoogbegaafde kinderen kunnen zich op de hoogbegaafdenscholen beter in hun eigen tempo ontwikkelen, kunnen een normaal zelfbeeld opbouwen en kunnen daarmee dus opgroeien tot volwaardige volwassenen.

Dit wordt ondersteund door een onderzoek van het CBO en het ITS uit 2005: “Meta-analyses naar onderwijsmaatregelen voor hoogbegaafde kinderen”. De onderzoekers hebben wereldwijd gekeken wat men overal voor hoogbegaafde kinderen doet en wat wel en niet werkt. Hun eindconclusie is dat “de beste resultaten voor deze kinderen worden behaald als ze buiten de reguliere groep worden geplaatst en een speciaal op hun toegesneden onderwijsaanbod krijgen”. Welnu, dit is precies wat binnen het hoogbegaafden onderwijs gebeurt.

Het excellentieprogramma van de overheid

Met het excellentieprogramma streeft de overheid naar het hoogwaardig denkpotentiëel van ca. 65.000 hoogbegaafde jongeren tussen 4 en 18 jaar beter tot zijn recht te laten komen en te benutten. Doordat het onderwijs nog niet is ingericht op de behoeften van deze groep kinderen blijkt echter in de praktijk een groot deel van deze kinderen nog steeds buiten de boot vallen. Falend beleid van de scholen, onbegrip, onvermogen en onkunde leiden er op dit moment toe dat er de groep thuiszitters voor een belangrijk deel ingevuld wordt door deze kinderen. Een belasting voor de ouders en bovenal voor het kind.

Juist een excellentieprogramma zou moeten leiden tot het naar boven halen van leerlingen met een excellent potentieel. Hierin schiet het programma zijn doel voorbij. Doordat opnieuw de focus vanuit de overheid is komen te liggen op de best presterende leerlingen en niet op de leerlingen met het grootste denkpotentieel, met de grootste creatieve denkkracht, valt de groep hoogbegaafden opnieuw buiten de boot. Zelfs in een programma als bovenstaand. Dit kan niet de bedoeling zijn van het excellentieprogramma.

Juist de overheid zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een omslag in het maatschappelijk denken over hoogbegaafdheid. Nu is de omslag in het maatschappelijk denken over talent en het afscheid nemen van de zesjescultuur is nog niet volledig gemaakt. Door hoogbegaafdheid te benoemen zoals het is, door te zien dat ook dit een kwetsbare groep kinderen is die met de juiste ondersteuning wel degelijk een belangrijke bijdrage kan leveren aan het economisch welzijn van het land, en door ervoor te zorgen dat programma’s ter ondersteuning van deze groep ook echt ter ondersteuning van deze groep gaat zijn.

Sponsoring voor onderwijs?

Als we naar voorgaande kijken dan heeft dat bij ons een aantal vragen opgeroepen. Vragen die de overheid zich zou moeten stellen: of we als Eerste Wereldland serieus bepaalde vormen van onderwijs afhankelijk willen maken van goedwillende sponsoren of weldoeners? Welke risico’s lopen we daarmee? Welke neveneffecten heeft sponsoring? Kunnen we aan onderwijs dat gesponsord wordt nog wel eisen stellen? Wat willen we als overheid bieden aan onze kinderen, aan ons toekomstig menselijk kapitaal? Welke boodschap willen we geven en welke boodschap geven we?

De kost gaat voor de baat

Als ons land op termijn een hoog kennisniveau wil behouden, zal men moeten investeren: de kost gaat nu eenmaal voor de baat, ook in het onderwijs. Dat geldt ook voor een groep kinderen waarvoor de overheid een lange zorgplicht aangaat. Dit hebben we gedaan voor de kinderen aan de onderkant, een groep die we graag benoemen als kwetsbaar. Laat uit voorgaande brief duidelijk geworden zijn dat ook kinderen aan de bovenkant van het leersysteem een kwetsbare groep vormt. Ten eerste doordat het een kleine, dus gemakkelijk te veronachtzamen groep is. Ten tweede omdat het een groep is waarvan duidelijk is dat een andere onderwijsaanpas leidt tot het resultaat dat we graag willen: komen tot hoge prestaties. De investering die de overheid aan de onderwijskant zal doen, zal ook de zorgkosten voor deze groep verminderen, net als het aantal thuiszittende hoogbegaafden.

Wij als stichting 360grView vragen hiervoor uw dringende aandacht in het Passend Onderwijs debat.

* (Bron: Jan Hendrickx – Leonardostichting)

Met vriendelijke groet,

Dorien Kok
Voorzitter Stichting 360grView