Categorie archief: Peuters

OPROEP: vervroegd instromen op de basisschool

logo 360grviewVervroegd instromen op de basisschool is iets waar je weinig over leest of hoort. Het gebeurt ook niet vaak in Nederland.

Soms heeft een kind het echter echt nodig: eerder dan met 4 jaar naar de basisschool. Je kind heeft een ontwikkelingsvoorsprong, is de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf ontgroeid en heeft behoefte aan ‘peer’contact. Naar de basisschool gaan past dan bij de natuurlijke ontwikkeling van het kind. Hiermee wachten tot het kind 4 jaar geworden is leidt tot frustratie-gedrag.

Vaak draait het om een voorsprong van schoolse vaardigheden, zoals lezen, schrijven en rekenen. Het kind wil ermee aan de slag en op de peuterspeelzaal of de kinderopvang wordt onvoldoende op die behoefte ingespeeld.

Er zijn scholen in Nederland waar vroeger starten mogelijk is. Vaak worden er wel eisen gesteld: aan de leeftijd, weerbaarheid, zelfredzaamheid (oa zindelijk en zich zelf kunnen aan- en uitkleden) en het om kunnen gaan met uitgestelde aandacht. Het is belangrijk dat de instroom gebeurt aan de hand van zorgvuldige besluitvorming.

Onderbouwing voor vervroegde instroom kan komen vanuit de observatielijst van de SiDi-R en de Cito’s Taal en Rekenen voor kleuters Midden groep 1. Rapportage vanuit de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf kan ook duiden op een mogelijk belang van vervroegde instroom. Soms is het kind ook al zichtbaar omdat het hetzelfde gedrag vertoont als hoogbegaafde broers en zussen die al op school zitten. De voorsprong moet op meerdere plaatsen en langdurig zijn waargenomen. De voorsprong moet ook breed zijn.

Het kind stroomt normaal in, maar dan als 3-jarige en doorloopt het normale traject. Er moet wel meteen worden gekeken naar de behoefte aan verbreding en verdieping. Het kind moet meteen voor ‘vol’ aangezien worden, het zit niet voor spek en bonen op school. De basisschool heeft dus een inspanningsplicht ten aanzien van het kind dat vroeger instroomt. Het is niet voor alle kinderen noodzakelijk om later nog een keer te versnellen; dit kan wel een optie zijn. Belangrijkste is te kijken naar het kind en te kijken wat goed is voor het kind.

Aan de andere kant betekent vervroegde instroom ook automatisch dat je ook aandacht moet hebben voor zaken die deze kinderen nog moeten leren en hun daar – indien nodig – extra ondersteuning voor geven. Een heel simpel voorbeeld hiervan is veters strikken. Is de ook motoriek rijp genoeg of kunnen er problemen optreden bij bijvoorbeeld het buitenspelen of gym? Is dit niet het geval, dan heb je als school de plicht het kind te ondersteunen bij het leren van deze vaardigheden.

Aandachtspunt is hoe een kind met uitdaging om gaat: is het kind angstig omdat het de uitdaging niet denkt aan te kunnen? Aan de andere kant: past het zich niet aan aan het lagere niveau van enkele klasgenoten? Ook moet er ruimte zijn voor het niet altijd stil kunnen zitten en problemen met schrijven vanuit de nog jonge motoriek.

Zoek als ouder een school die hier goed mee om kan gaan. Het aantal dagdelen op school kan geleidelijk opgevoerd worden naar meerdere dagdelen per week. Bespreek uw verwachtingen en vraag ook naar de verwachtingen van de school, met betrekking tot uw kind.

Je weet natuurlijk nooit hoe de verdere ontwikkeling van het kind gaat lopen na de vervroegde instroom. Toch is het zaak dat er duidelijke afspraken op papier gezet worden: ouders en school weten dan waar ze aan toe zijn en kunnen, als dit nodig is, elkaar hier op wijzen.

Belangrijk is dat je, vooral in het eerste schooljaar regelmatig, bijvoorbeeld elke 6 weken een gesprek hebt, ook al gaat het goed. Zo blijft iedereen up to date. Dit is de enige manier waarop mogelijke problemen in een zo vroeg mogelijk stadium herkend worden. Daarnaast is het verstandig om de leerplichtambtenaar en Onderwijsinspectie te informeren over de vervroegde instroom van je kind. Mocht er dan iets mis gaan onderweg, dan weet de leerplichtambtenaar van de vroege instroom. Bovendien kan deze een oogje in het zeil houden bij de ontwikkeling van je kind.

Een ander punt van zorg: kijk of je kind wel verzekerd is op school of dat je dit vanwege de leeftijd van het kind zelf moet doen. Meestal verzekeren maatschappijen kinderen pas vanaf 4 jaar. Mogelijk kan een vervroegd kind hiervoor meeliften op een broer of zus die al op de basisschool zit.

OPROEP:
Stichting 360grView hoort graag waar en hoe vervroegde instroom mogelijk is. Hoe is de instroomprocedure ingericht? Welke eisen worden er gesteld aan jou en aan je kind? Wat kun je verwachten van de school? Hoe is het daarbij rond de verzekering geregeld met deze school. Laat graag je ervaring en eventuele aanvullingen achter via een reactie op dit bericht.

AANVULLING
5 juni 2014: Reactie Loket Onderwijsinspectie op gestelde vraag over vervroegde instroom:
De inspectie meent dat vervroegde toelating in sommige gevallen een uitkomst is voor kinderen met een grote ontwikkelingsvoorsprong en wijst vervroegde toelating dan ook niet per definitie af. Voorop staat de vrijwillige medewerking van de school. Anders gezegd: de school moet akkoord zijn met vervroegde toelating. Is de school niet akkoord, dan is vervroegde toelating niet mogelijk. Er is dus heel nadrukkelijk geen sprake van een recht op vervroegde toelating.
De wettelijke toelatingsleeftijd voor het basisonderwijs is 4 jaar, maar het bestuur van een school heeft in uitzonderingsgevallen – zoals de hierboven vermelde grote ontwikkelingsvoorsprong – de mogelijkheid aan kinderen onder de 4 jaar toegang te verlenen. Het bestuur zou bij het inwilligen van een dergelijke wens er wel om moeten denken dat:
* de peuter niet als leerling kan worden toegelaten, cq ingeschreven;
* voor de 3 jarige geen rijksbekostiging wordt gegeven;
* ouders van tot de school toegelaten leerlingen bedenkingen kunnen hebben tegen het door de 3-jarige gebruik maken van het onderwijsaanbod, voor zover dat ten koste zou gaan van de eigenlijke leerlingen van de school;
* de bestaande aansprakelijkheidsverzekeringen van de school mogelijk niet op de peuter van toepassing zijn;
* wellicht een aanvullende verzekering moet worden afgesloten die erin voorziet dat zaken geregeld zijn als de peuter iets overkomt of deze zelf iets aanricht dat schade oplevert (door de ouders af te sluiten)

 

Gesprek met Sander Dekker over vroegsignaleren

Sander dekker 20140328Als afsluiter van de week van het passend onderwijs heeft het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren) op 28 maart jl. een bijeenkomst georganiseerd met o.a. Staatssecretaris Sander Dekker, op het Coornhert Gymnasium in Gouda.

Lilian van der Poel sprak daar na afloop van de bijeenkomst namens Stichting 360grView uitgebreid met Sander Dekker over het vroegsignaleren. Ze bood hem daarbij de brochure aan die gemaakt is door het NCJ i.s.m. de Stichting 360grView en wees hem op de nieuwe website van de stichting: http://ontwikkelingsvoorsprong.info.

De brochure is gemaakt om consultatiebureaumedewerkers en -artsen te ondersteunen bij het vroeg signaleren van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Sander Dekker reageerde zeer verrast en enthousiast op de brochure en de ontwikkelde site: ‚Dit is razend interessant allemaal!’ aldus de Staatssecretaris.

Door vroeg te signaleren krijgen ouders meer handvatten om de opvoeding aan te passen bij de behoeftes van hun kind, en hoeven scholen niet meer zo lang te tobben voordat duidelijk is wat er met een kind aan de hand is als het een ontwikkelingsvoorsprong heeft. Dat levert aan twee kanten winst op: het onderwijs kan direct aan de slag met werkelijk passend onderwijs en het onderwijs verliest geen kostbare tijd met het zoeken naar de oplossing van een probleem dat geen probleem hoeft te zijn. Dat daarvoor samenwerking nodig is tussen OCW en VWS wordt inmiddels ook steeds duidelijker.

Ook op het inmiddels lopende onderzoek naar signalen voor een ontwikkelingsvoorsprong die bij jonge kinderen te zien zijn (TNO, NCJ en Stichting 360grView) reageerde de Staatssecretaris enthousiast. ‚Als je de signalen helder hebt  kun je de kinderen natuurlijk veel eerder herkennen!’  Door het gesprek met de Staatssecretaris hoopt de stichting opnieuw een stap gezet te hebben op de ingeslagen weg en het belang van vroegsignaleren goed onder de aandacht te hebben gebracht.