Passend onderwijs: verantwoording overheid

logo-360gr-view1.pngGeachte leden van de vaste commissie OCW en VWS,

Naar aanleiding van het artikel van 27 juni in het Haarlems Dagblad hebben wij gemeend u deze brief te moeten schrijven. Het artikel begint met de volgende kop:

Klassen voor hoogbegaafden Hageveld dankzij privé-geld

Het artikel laat een schokkend beeld zien van hoe het er wat betreft passend onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen voor staat in Nederland. Als je kind hoogbegaafd is en andere leerbehoeftes heeft, dan ben je voor passend onderwijs afhankelijk van een donatie van een anonieme schenker. Het ondersteunt de werkelijkheid die betrekking heeft op de scholen die in de afgelopen 6 jaar energie hebben gestoken in het vormen van onderwijs voor hoogbegaafde kinderen en die de nodig expertise hebben. Ook deze scholen worden financieel niet voldoende ondersteund door de overheid en zijn in hun bestaan afhankelijk van ofwel donaties, ofwel sponsoring, ofwel hoge ouderbijdrages. En dat terwijl de overheid zich heeft gecommitteerd aan het bieden van een doorlopende leerlijn voor alle kinderen in het basisonderwijs. Hier komt bij dat met de wet Passend Onderwijs die vanaf augustus 2014 van kracht wordt de scholen in Nederland verplicht zijn passend onderwijs te bieden aan alle leerlingen (dus inclusief de hoogbegaafde leerlingen).

Geschiedenis

Om een goed beeld te krijgen van de geschiedenis van het hoogbegaafdenonderwijs (hoe kort die ook moge zijn) hieronder het volgende. Bij de start van de eerste hoogbegaafden onderwijs school in Nederland (2007) waren de doelstellingen helder: realiseren van passend onderwijs voor deze kwetsbare groep kinderen. Vanuit een onderwijsachtergrond met veel kennis en veel ervaring was het Jan Hendrickx die als eerste een vorm van hoogbegaafdenonderwijs in het leven riep. Om helder te krijgen over welke groep kinderen het hier gaat een korte schets: Over welke kinderen hebben we het?

Het gaat over de groep kinderen kinderen die zich wat betreft IQ net zo ver van het gemiddelde van hun klas bevindt (IQ 130+) als kinderen die aangewezen zijn op ZML onderwijs (IQ 70-). Het percentage van kinderen met een IQ hoger dan 130 en een IQ lager dan 70 is nagenoeg gelijk. Voor de ene groep kinderen vinden we de zorg vanuit de overheid op allerlei fronten niet meer dan normaal, erkennen we als een kwetsbare groep, de andere groep (met het IQ hoger dan 130) heeft in het Nederlandse onderwijssysteem nog nooit aangeboden, en wordt ook niet erkend als kwetsbare groep. Alleen al vanwege het beperkte aantal kinderen is deze groep wel degelijk kwetsbaar. Daarbij komt dat vanwege een gebrek aan stof die aanzet tot het leren van vaardigheden die kinderen later (en niet alleen in het onderwijs) nodig hebben, ze ook daar kwetsbaar blijken te zijn. Op basis van bovenstaande feiten lijkt het dus niet meer dan logisch dat de overheid zich net zo goed ontfermt over deze groep kinderen.

Passend onderwijs

In de persoon van Jan Hendrickx is deze groep kinderen ongeveer 6 jaar geleden opgepakt. Zijn enorme kennis en ervaring in combinatie tot het grote engagement met deze groep kinderen heeft geleid tot de oprichting van de eerste hoogbegaafdenscholen in Nederland, de zogenaamde Leonardoscholen. Om een helder beeld te krijgen van de doelstellingen van 6 jaar terug zetten we ze even op een rij:

* Doelstellingen en realisatie Leonardoproject in 2007
1. Het bieden van uitdagend onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen zodat zij zich zonder belemmeringen en in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen.

Realisatie wordt bewerkstelligd door binnen vijf jaar een landelijk netwerk van ca. 120 Leonardoscholen (4 – 12 jaar) en 60 tot 80 Leonardo colleges (12 – 18 jaar) operationeel te hebben.

2. Het bewerkstelligen van een betere samenwerking en afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven.

Realisatie o.a. door:
· gastlessen
· bedrijfsbezoeken
· stimuleren ondernemerschap (hiervoor wil de Rabobank een partnership met onze stichting aangaan)
· stimuleren onderzoekende en innovatieve houding
· afstemming en uitwisseling leerprogramma’s (zoals de leergang Metrologie van het NMi die onderdeel wordt van het Science programma)
· stageplekken voor het uitvoeren van onderzoeksopdrachten
· leerstoelen
· mentorship
· facilitering middels geld, materialen, onderwijsprogramma’s

3. Het versterken van de concurrentiekracht van het universitaire onderwijs, met name naar het model van de Angelsaksische landen.

Realisatie o.a. door:
· instroom van Leonardo leerlingen met een veel hoger denk- en leerniveau en een onderzoekende en innovatieve werkhouding
· versterken van de samenwerking met het bedrijfsleven door het in elkaar laten overstromen van wetenschappelijk onderzoek en onderzoek in opdracht van bedrijven
· opbouwen van een levenslange band met de studenten, waardoor later gebruik gemaakt kan worden van het old boys network
· versterken van de financiële positie door effecten van de hiervoor genoemde aandachtspunten

4. Het versterken van de Nederlandse kenniseconomie.

Realisatie o.a. door:
· het optimaal benutten van de hoogwaardige potentiële kennis die in de persoon van ca. 65.000 hoogbegaafde jongeren tussen 4 en 18 jaar aanwezig is, maar door een falend onderwijssysteem onvoldoende of niet tot zijn recht komt
· meer samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, zowel inhoudelijk als facilitair
· omslag in het maatschappelijk denken over talent, afscheid van de zesjescultuur

Economisch belang

Op het moment dat we kinderen het onderwijs aan gaan bieden dat leidt tot een optimale ontwikkeling, is de kans dat deze kinderen economisch actief zullen worden veel groter dan wanneer we deze kinderen niet die kans bieden. Kinderen die al jong leren hoe ze moeten leren, hoe ze moeten samenwerken, en waar hun sterke kanten liggen zullen een grotere bijdrage kunnen leveren aan het economisch welzijn van de staat, en dus van iedereen. Met name voor deze kinderen geldt dat de economische bijdrage groter kan zijn dan bij een gemiddeld kind (voor wat de uitdrukking waard is), juist vanwege het grote denkpotentieel en vanwege de enorme creativiteit van geest. Hiermee kan juist deze groep kinderen een grote bijdrage leveren aan de Kenniseconomie, iets waar de overheid met recht trots op is en zuinig mee om wil gaan. Er is één maar: dan moeten we van jong af aan dat potentieel wel ondersteunen.

Waar staan we nu?

Het opstarten van het hoogbegaafdenonderwijs en allerlei vormen die het heeft aangenomen heeft ons het volgende gebracht: op de eerste plaats veel inzicht in het onderwijssysteem, in wat wel en niet mogelijk is en in de houding van de politiek ten aanzien van deze groep. Op de tweede plaats een schat aan kennis op het gebied van onderwijs aan hoogbegaafde kinderen. En op de derde plaats: op veel plaatsen financiële problemen waardoor het onderwijs voor hoogbegaafde kinderen weer wegvalt, en daarmee een hoop opgedane kennis en kunde. Dat wat betreft de kant van de scholen: het oorspronkelijke plan was om de Leonardoscholen te borgen binnen een samenwerkingsverband, en de financiering deels te bekostigen vanuit de reguliere financiering voor de scholen, deels vanuit het samenwerkingsverband. Hiermee zouden de kosten gedragen worden door meerdere scholen en bijvoorbeeld gefinancierd kunnen worden vanuit de Prestatiebox (die nu ingezet wordt voor allerhande zaken). De lasten blijven voor alle scholen niet alleen dragelijk, maar ook het onderwijs blijft in deze constructie toegankelijk voor alle kinderen.

De realiteit is als volgt: er zijn in de praktijk maar weinig schoolbesturen die de extra lasten van hoogbegaafdenonderwijs met zich meebrengt zelfstandig kunnen dragen. Dit ondanks het feit dat de ambitie groot was. Vanwege een gebrek aan samenwerking en vanwege gebrek aan structurele financiering van de overheid hebben de besturen niet voldoende financiële middelen om deze (duurdere) vorm van onderwijs blijvend te kunnen handhaven.

Ouders èn kinderen opnieuw belast

Het gevolg is nu dat vanwege de hoge kosten die bij ouders komen te liggen ouders hun hoogbegaafde kinderen niet naar een school kunnen laten gaan die passend onderwijs biedt. Neem daarbij in ogenschouw dat ouders vaak niet één maar meer hoogbegaafde kinderen hebben. Facturen tot 2500 Euro per jaar per kind zijn de basis waarop de scholen draaiende kunnen blijven. Overigens een bedrag dat voor ouders voelt als een verplichting en vaak ook zo wordt gepresenteerd: ‘de vrijwillige bijdrage is vrijwillig, maar betaal je hem niet, dan moeten we sluiten…’ Gevolg hiervan is dat ouders vanuit financiële overwegingen noodgedwongen moeten besluiten hun kind(eren) terug te plaatsen in het niet-passende reguliere onderwijs en besturen die besluiten de hoogbegaafdenschool/afdeling te sluiten, met voor de kinderen hetzelfde resultaat.

Doordat de overheid tot nu toe een zeer terughoudende rol speelt in het beleid ten aanzien van passend onderwijs aan hoogbegaafde kinderen, komen veel kinderen knel te zitten. Deze kinderen komen terecht in allerlei hulpverleningsprogramma’s en drukken daarmee zwaar op de kosten van de zorg. En langdurig: zolang de oorzaak van de malaise niet wordt weggenomen kun je zorg blijven leveren tot in lengte van dagen. Dat daarmee deze kinderen al in een vroeg stadium in hun leven op een zijspoor komen te staan is evident. Dit trekt zich vaak door tot op latere leeftijd, waardoor de economische productiviteit te weinig is voor het potentieel dat ze hebben. Dit zijn zaken die de overheid zich aan zou moeten trekken.

Daarnaast heeft zich een self fulfilling prophecy voltrokken: de angst dat hoogbegaafdenscholen elitescholen zouden worden is bewaarheid. Doordat de ouderlijke bijdrages schrikbarende vormen aannemen is het onderwijs niet langer toegankelijk voor iedereen.

Bestaansrecht

Daar waar de scholen met de financiële middelen van de ouders blijven bestaan is de boodschap duidelijk: positieve opbrengsten tot nu toe is dat de kinderen gelukkig zijn met deze vorm van passend onderwijs. En gelukkig zijn ligt aan de basis van prestatie. Doordat nog steeds ouders zich melden bij de hoogbegaafdenscholen –ondanks de hoge kosten, ondanks de onzekerheid over het voortbestaan- blijkt dat het hoogbegaafdenonderwijs voorziet in een behoefte. De reguliere basisscholen –een enkele daargelaten- blijken niet in staat te zijn om deze vorm van onderwijs, bij alles wat al verplicht is, te kunnen vormgeven. De hoogbegaafde kinderen kunnen zich op de hoogbegaafdenscholen beter in hun eigen tempo ontwikkelen, kunnen een normaal zelfbeeld opbouwen en kunnen daarmee dus opgroeien tot volwaardige volwassenen.

Dit wordt ondersteund door een onderzoek van het CBO en het ITS uit 2005: “Meta-analyses naar onderwijsmaatregelen voor hoogbegaafde kinderen”. De onderzoekers hebben wereldwijd gekeken wat men overal voor hoogbegaafde kinderen doet en wat wel en niet werkt. Hun eindconclusie is dat “de beste resultaten voor deze kinderen worden behaald als ze buiten de reguliere groep worden geplaatst en een speciaal op hun toegesneden onderwijsaanbod krijgen”. Welnu, dit is precies wat binnen het hoogbegaafden onderwijs gebeurt.

Het excellentieprogramma van de overheid

Met het excellentieprogramma streeft de overheid naar het hoogwaardig denkpotentiëel van ca. 65.000 hoogbegaafde jongeren tussen 4 en 18 jaar beter tot zijn recht te laten komen en te benutten. Doordat het onderwijs nog niet is ingericht op de behoeften van deze groep kinderen blijkt echter in de praktijk een groot deel van deze kinderen nog steeds buiten de boot vallen. Falend beleid van de scholen, onbegrip, onvermogen en onkunde leiden er op dit moment toe dat er de groep thuiszitters voor een belangrijk deel ingevuld wordt door deze kinderen. Een belasting voor de ouders en bovenal voor het kind.

Juist een excellentieprogramma zou moeten leiden tot het naar boven halen van leerlingen met een excellent potentieel. Hierin schiet het programma zijn doel voorbij. Doordat opnieuw de focus vanuit de overheid is komen te liggen op de best presterende leerlingen en niet op de leerlingen met het grootste denkpotentieel, met de grootste creatieve denkkracht, valt de groep hoogbegaafden opnieuw buiten de boot. Zelfs in een programma als bovenstaand. Dit kan niet de bedoeling zijn van het excellentieprogramma.

Juist de overheid zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een omslag in het maatschappelijk denken over hoogbegaafdheid. Nu is de omslag in het maatschappelijk denken over talent en het afscheid nemen van de zesjescultuur is nog niet volledig gemaakt. Door hoogbegaafdheid te benoemen zoals het is, door te zien dat ook dit een kwetsbare groep kinderen is die met de juiste ondersteuning wel degelijk een belangrijke bijdrage kan leveren aan het economisch welzijn van het land, en door ervoor te zorgen dat programma’s ter ondersteuning van deze groep ook echt ter ondersteuning van deze groep gaat zijn.

Sponsoring voor onderwijs?

Als we naar voorgaande kijken dan heeft dat bij ons een aantal vragen opgeroepen. Vragen die de overheid zich zou moeten stellen: of we als Eerste Wereldland serieus bepaalde vormen van onderwijs afhankelijk willen maken van goedwillende sponsoren of weldoeners? Welke risico’s lopen we daarmee? Welke neveneffecten heeft sponsoring? Kunnen we aan onderwijs dat gesponsord wordt nog wel eisen stellen? Wat willen we als overheid bieden aan onze kinderen, aan ons toekomstig menselijk kapitaal? Welke boodschap willen we geven en welke boodschap geven we?

De kost gaat voor de baat

Als ons land op termijn een hoog kennisniveau wil behouden, zal men moeten investeren: de kost gaat nu eenmaal voor de baat, ook in het onderwijs. Dat geldt ook voor een groep kinderen waarvoor de overheid een lange zorgplicht aangaat. Dit hebben we gedaan voor de kinderen aan de onderkant, een groep die we graag benoemen als kwetsbaar. Laat uit voorgaande brief duidelijk geworden zijn dat ook kinderen aan de bovenkant van het leersysteem een kwetsbare groep vormt. Ten eerste doordat het een kleine, dus gemakkelijk te veronachtzamen groep is. Ten tweede omdat het een groep is waarvan duidelijk is dat een andere onderwijsaanpas leidt tot het resultaat dat we graag willen: komen tot hoge prestaties. De investering die de overheid aan de onderwijskant zal doen, zal ook de zorgkosten voor deze groep verminderen, net als het aantal thuiszittende hoogbegaafden.

Wij als stichting 360grView vragen hiervoor uw dringende aandacht in het Passend Onderwijs debat.

* (Bron: Jan Hendrickx – Leonardostichting)

Met vriendelijke groet,

Dorien Kok
Voorzitter Stichting 360grView

Advertenties
Dit bericht is geplaatst in360gr View, Excelleren, Hoogbegaafdheid, Ministerie OCW, Ministerie VWS, Politiek en getagd , , , , , , , , , , , , , , op by .

Over Webmaster

*Trajectbegeleiding voor ouders Als je met vraagtekens zit die je kind betreffen is het soms handig als je iemand hebt die een luisterend oor heeft, met je meekijkt, met je meedenkt. Die je ook advies geeft over de stappen welke ondernomen kunnen of moeten worden om je kind goed te (laten) begeleiden. I-CARUS doet dit op het gebied van (een mogelijke) ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid. Ook voor gedrags- en leerproblemen zoals ADHD, autisme, dyslexie, beelddenken en voor Leonardo onderwijs. Er wordt samen met de ouders geprobeerd een goed beeld te vormen van het probleem, zodat er naar mogelijke oplossingen kan worden toegewerkt. *Coaching ‘Ik leer anders’ - beelddenken Een grote groep ondergewaardeerde leerlingen heeft juist een bijzondere gave: het zijn beelddenkers! Zij denken niet in woorden, maar in beelden. Daarom wordt het lesmateriaal niet begrepen en onthouden. Vaak hebben beelddenkers een leerachterstand of denkt men aan dyslexie. Bijles helpt niet of nauwelijks omdat er dan nog meer schoolwerk op ‘foute’ wijze wordt aangeboden. De training ‘Ik leer anders’ vertaalt de lesstof naar de manier van denken van het kind. Het is ook mogelijk om als school om hulp te vragen voor een kind. Dit met toestemming van de ouders. *Presentaties of studiedag Meer te weten komen over hoogbegaafdheid of beelddenken? Voor (onderwijs) organisaties kan er een presentatie gegeven worden over hoogbegaafdheid of beelddenken. Voor het onderwijs bieden we ook een studiedag beelddenken - ‘Ik leer anders’. Specialties Hoogbegaafdheid, autisme, ADHD, ADD, sensorische integratie, motorische problemen, dyslexie, dyscalculie, beelddenken etc of een combinatie hiervan

3 gedachten over “Passend onderwijs: verantwoording overheid

  1. Hester Loeff

    Hoe een enorm bord voor je kop moet je hebben als politicus wil je hier geen gehoor aan willen geven? Wat een heldere, duidelijke formulering en wat een goed werk voor de emancipatie van het hogebgaafden onderwijs!

  2. A.M. de Vries-Dekker

    HOERA, gelukkig zijn er ook mensen die het wel snappen! Bedankt voor deze analyse en dit initiatief.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s